
De Waalse Overheidsdienst (SPW) heeft de statistieken voor 2024 over dierproeven gepubliceerd. Na 2023, een jaar met een alarmerende stijging van 20% tegenover 2022, is er in 2024 een daling van het aantal gebruikte dieren. Dat is op het eerste gezicht positief, maar het mag de realiteit niet verdoezelen: in Wallonië worden nog steeds op grote schaal dierproeven uitgevoerd, ook op honden en paardachtigen.
112.754 dierproeven in 2024
In 2024 werden in het Waalse Gewest 112.754 dierproeven uitgevoerd. Dat cijfer stelt een daling voor ten opzichte van 2023, toen 176.894 dierproeven werden geregistreerd.
Het aantal dieren dat voor het eerst werd gebruikt, bedraagt 112.493, tegenover 168.051 in 2023. Dat komt neer op 55.558 dieren minder in één jaar tijd.
Deze daling is voornamelijk te verklaren door:
- een sterke afname van het aantal zebravissen (-24.663),
- een daling van het aantal konijnen (-19.237),
- en een vermindering van het aantal muizen (-12.400).
Het rapport preciseert dat de stijging in 2023 gedeeltelijk verband houdt met een uitzonderlijke situatie rond het gebruik van zebravislarven, wat de vastgestelde daling in 2024 relativeert.
Welke diersoorten zijn betrokken?
In 2024 blijven muizen de meest gebruikte diersoort in Wallonië (50.456 dieren), gevolgd door konijnen (41.883) en cavia’s (7.089).
Zebravissen, die in 2023 een belangrijke plaats innamen, vertegenwoordigen in 2024 nog 4,5% van de gebruikte dieren.
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, maakt Wallonië ook nog steeds gebruik van gezelschapsdieren:
- 67 honden werden gebruikt in 2024, tegenover 38 in 2023 – een duidelijke stijging;
- 2 paardachtigen werden gebruikt in 2024, tegenover 4 in 2023.
Deze cijfers roepen op zijn minst ernstige ethische vragen op.
Waarom werden deze dierproeven uitgevoerd?
In 2024 werden 112.754 dieren gebruikt voor wetenschappelijke of educatieve doeleinden. Daarbij komen nog:
- 3.855 dieren die werden gebruikt voor de creatie van nieuwe genetisch gemodificeerde dierlijnen;
- 50 dieren die werden ingezet voor het “in stand houden” van bestaande dierlijnen.
Reglementaire en routinetests
Net als in 2023 had het merendeel van de dierproeven in Wallonië in 2024 betrekking op reglementaire tests en routinematige productie. Deze categorie vertegenwoordigt meer dan 56% van het diergebruik. Dit aandeel blijft stijgen en bevestigt de centrale rol van Wallonië in dit type tests.
De routinematige productie blijft in grote mate steunen op het gebruik van konijnen, ondanks het bestaan van erkende en beschikbare proefdiervrije methoden.
Fundamenteel en toegepast onderzoek
Ongeveer een kwart van de dierproeven in 2024 viel onder fundamenteel onderzoek. De dieren werden daarbij voornamelijk gebruikt voor studies naar het immuunsysteem, oncologie en het zenuwstelsel.
Het translationeel en toegepast onderzoek kende een sterke groei en vertegenwoordigt nu meer dan 15% van de dierproeven. In dit kader worden ook honden en paardachtigen gebruikt.
GAIA herinnert eraan dat dit type onderzoek vaak gepaard gaat met invasieve procedures en hoge niveaus van lijden.
Welk leed wordt de dieren aangedaan?
Dierproeven worden ingedeeld volgens hun ernst, op basis van de pijn, het lijden, de angst of de blijvende schade die aan de dieren wordt toegebracht.
In 2024 was:
- 69% van de procedures van lichte ernst
- 19% van matige ernst
- bijna 11% zeer ernstig
Het rapport benadrukt dat proeven in het kader van fundamenteel en toegepast onderzoek vaak ernstiger zijn dan het algemene gemiddelde.
Genetisch gemodificeerde dieren: bijkomend lijden
In 2024 was meer dan 12% van de gebruikte dieren genetisch gemodificeerd. Sommige van hen vertoonden een schadelijk fenotype dat kan leiden tot chronische aandoeningen en een blijvende aantasting van hun welzijn.
GAIA roept op tot een structurele omslag
GAIA benadrukt dat deze daling deels te wijten is aan technische en uitzonderlijke factoren en aantoont dat Wallonië nog steeds geen structurele omslag heeft gemaakt. Tot op heden bestaat er geen echte strategie om dierproeven geleidelijk af te bouwen.
GAIA roept Wallonië daarom op om:
- een ambitieuze en bindende strategie te ontwikkelen om dierproeven te vervangen,
- het gebruik van honden, paardachtigen, katten en niet-menselijke primaten geleidelijk te verbieden,
- en massaal te investeren in proefdiervrije methoden, in overeenstemming met de doelstelling van Richtlijn 2010/63/EU.