
De cijfers die door Dierenwelzijn Vlaanderen zijn gepubliceerd, tonen aan dat 211.386 proefdieren werden gebruikt in Vlaanderen in 2024, een daling van 12,2 % ten opzichte van 2023. Volgens de officiële Vlaamse cijfers gaat het om het laagste aantal proefdieren dat in minstens tien jaar werd geregistreerd.
Deze daling volstaat echter nog niet om te spreken van een duidelijke structurele trend. De cijfers tonen aan dat de vastgestelde afname fragiel blijft en grotendeels afhankelijk is van schommelende factoren. Zonder structurele maatregelen bestaat het reële risico dat de cijfers in de komende jaren opnieuw stijgen en niet leiden tot een duurzame vermindering.
Op weg naar een pioniersrol voor Vlaanderen zonder dierproeven?
De Vlaamse minister van Dierenwelzijn, Ben Weyts (N-VA) wil van Vlaanderen een Europese pionier maken in de transitie naar een wetenschap zonder dierproeven. Eenmalige investeringen in alternatieve methoden, zoals organoïden en andere proefdiervrije technologieën, gaan in de juiste richting.
“Wanneer er een alternatief bestaat, moeten we het gebruiken. Wanneer er geen alternatief bestaat, moeten we er een ontwikkelen.”
— Ben Weyts, Vlaams minister van Dierenwelzijn (N-VA)
Honden, katten en primaten blijven betrokken
In 2024 werden in Vlaanderen nog steeds 523 honden, 57 katten en 6 niet-menselijke primaten gebruikt voor dierproeven. Deze dieren zijn in staat pijn, stress, angst en leed te ervaren en bouwen vaak sterke sociale banden op, zowel met soortgenoten als met mensen. Hun gebruik voor experimentele doeleinden roept dan ook bijzondere ethische vragen op.
Elk dier telt als individu
In 2024 werden 190.696 proefdieren gebruikt voor onderzoeksdoeleinden, reglementaire tests, onderwijs en opleiding. Daarnaast werden 20.690 dieren gebruikt voor de creatie en het onderhoud van genetisch gemodificeerde lijnen.
Muizen zijn de meest gebruikte proefdieren. Zij worden vaak voorgesteld als “standaard” proefdieren, maar ook muizen zijn voelende wezens die pijn, stress en angst ervaren.
Hoewel officiële statistieken vaak spreken in termen van “procedures”, is het essentieel te benadrukken dat het steeds om individuele dieren gaat die deze ingrepen ondergaan. Elke proef heeft een concrete impact op het leven van een voelend dier.
Daarnaast heeft bijna 30 % van de procedures betrekking op genetisch gemodificeerde dieren, waarvan ongeveer 9 % een pathologisch fenotype vertoont. Dat betekent dat deze dieren kunnen lijden als rechtstreeks gevolg van de genetische modificatie zelf.
Ernst van de proeven
In 2024 werd 14,7 % van de procedures geclassificeerd als ernstig. Hoewel dit aandeel lager ligt dan in 2023, gaat het nog steeds om bijna 28.000 proeven waarbij dieren worden blootgesteld aan pijn, leed of blijvende aantastingen van hun welzijn.
Te traag en te vrijblijvend
De Vlaamse minister van Dierenwelzijn benadrukt het aanscherpen van bepaalde regels en de ontwikkeling van alternatieve methoden, onder meer via het RE-Place-platform. Deze initiatieven gaan in de juiste richting, maar zijn nog onvoldoende om dieren in laboratoria daadwerkelijk te beschermen.
Achter elk cijfer schuilt een individu dat pijn, angst en leed kan ervaren. Voor honden, katten en primaten, maar ook voor muizen en andere diersoorten, draait de vraag niet enkel om het aantal procedures, maar om het recht om niet te worden gebruikt als instrument.
Verminderen volstaat niet: het is tijd om te vervangen
-----------------
Link naar het rapport van 2023