
De ontwikkeling en het gebruik van alternatieven voor dierproeven kunnen farmaceutische bedrijven in staat stellen hun kosten aanzienlijk te verlagen en tegelijk de veiligheid van de geneesmiddelen die op de markt worden gebracht te verbeteren.
Volgens Emma Grange, wetenschappelijk en regelgevend directeur van de organisatie Cruelty Free International, kunnen bepaalde niet-dierlijke methoden lange en kostbare studies op basis van dierproeven vervangen. Emma Grange verwijst onder meer naar in-vitrotesten voor huidsensibilisatie, batchvrijgavetests voor bepaalde vaccins en op cellen gebaseerde testen voor producten van het Botox-type. Deze methoden leveren vaak snellere en betrouwbaardere resultaten op dan dierproeven, wat bijdraagt aan aanzienlijke besparingen op kosten.
Deze methoden, samengebracht onder de noemer ‘new approach methodologies’ (NAMs), zijn erop gericht dierproeven te verminderen, te verfijnen of te vervangen. Emma Grange benadrukt dat ze ook mislukkingen in de ontwikkeling van geneesmiddelen kunnen beperken. Door relevantere en betrouwbaardere gegevens voor de mens eerder te leveren, maken instrumenten die gebaseerd zijn op menselijke celsystemen of computermodellen het mogelijk om ongeschikte verbindingen sneller te identificeren.
Dit is bijzonder belangrijk in een sector waar meer dan 90 % van de geneesmiddelen die de preklinische fase doorstaan, vervolgens falen tijdens klinische proeven bij de mens. Het gebruik van niet-dierlijke methoden stelt bedrijven in staat hun middelen toe te spitsen op kandidaten met een grotere kans op succes.
Wat veiligheid betreft, onderstreept Emma Grange dat niet-dierlijke methoden die aan de regelgevende vereisten voldoen, onderworpen zijn aan bijzonder strenge validatieprocedures. Deze methoden moeten kunnen bewijzen dat ze wetenschappelijk robuust zijn, geschikt voor het beoogde doel en betrouwbare resultaten leveren, die minstens gelijkwaardig of zelfs beter zijn dan die van dierproeven. Daartegenover berust het voortbestaan van talrijke dierproeven hoofdzakelijk op historisch gebruik, zonder dat zij aan een vergelijkbare wetenschappelijke evaluatie onderworpen worden, waardoor men zich vragen kan stellen over de betrouwbaarheid.
Grange herinnert er ook aan dat bepaalde effecten op de mens niet kunnen worden voorspeld met dierproeven, als gevolg van verschillen in fysiologie, metabolisme en immuunrespons. Omgekeerd vertalen sommige effecten die bij dieren worden waargenomen zich niet naar de mens, wat beperkingen kan creëren in de veiligheidsbeoordeling van geneesmiddelen.
Tal van regelgevende autoriteiten, waaronder het Europees Geneesmiddelenbureau, de Britse autoriteiten en de Food and Drug Administration (FDA), het Amerikaanse federale agentschap dat instaat voor de evaluatie en toelating van geneesmiddelen, moedigen het gebruik van alternatieve methoden reeds aan. Het grootste obstakel voor een bredere toepassing blijft echter het gebrek aan internationale afstemming, waardoor bedrijven nog steeds verplicht worden dierproeven uit te voeren wanneer zij hun geneesmiddelen in meerdere regio’s van de wereld op de markt willen brengen. Een versterkte samenwerking tussen regelgevende autoriteiten is dan ook essentieel om de praktijken voor de evaluatie van geneesmiddelen te verbeteren en het gebruik van dierproeven wereldwijd geleidelijk te verminderen.
-------------------
Bron:
Pink Sheet, "How Reducing Animal Testing Can Lower Costs For Pharma", 19 December 2025.