16.09.25
la science avance sans animaux

Dierproeven werden lange tijd beschouwd als de norm om de veiligheid en doeltreffendheid van geneesmiddelen te beoordelen voordat deze bij mensen werden toegepast.

Toch vertonen deze modellen grote beperkingen in voorspellende waarde: bijna 90 % van de stoffen die bij dieren worden goedgekeurd, falen tijdens klinische proeven. Het emblematische geval van thalidomide, dat bij muizen onschadelijk leek maar bij mensen ernstige aangeboren misvormingen veroorzaakte, heeft deze tekortkomingen blijvend aan het licht gebracht.

Tegen deze achtergrond investeert het biomedisch onderzoek massaal in alternatieve benaderingen die representatiever zijn voor de menselijke fysiologie en het gebruik van proefdieren kunnen verminderen of zelfs vervangen:

  • Microfysiologische systemen (“orgaan-op-chip”): miniatuurtoestellen waarin menselijke cellen in 3D worden gekweekt en blootgesteld aan een voedingsstroom. Deze platforms maken het mogelijk de micro-architectuur en bepaalde functies van organen na te bootsen, om zo de reactie op een kandidaat-geneesmiddel te analyseren.
  • Organoïden: driedimensionale structuren afgeleid van stamcellen, die de kenmerken van specifieke organen (hersenen, lever, darmen, enz.) nabootsen. Ze vormen een krachtig hulpmiddel voor de modellering van menselijke ziekten en voor therapeutische screenings.
  • Geavanceerde in-vitrotests: analyses van eiwitten, receptoren of signaalroutes die het mogelijk maken toxische of farmacologische effecten op voorhand te voorspellen.
  • AI en virtuele modellen: simulatieroutines die biologische en farmacokinetische gegevens integreren om de effecten van een stof bij de mens te voorspellen.

Bij GAIA ondersteunen wij deze wetenschappelijke en ethische evolutie. De overgang naar vervangende methoden is niet alleen een morele vereiste: ze vormt ook een hefboom voor betrouwbaarheid en veiligheid in het biomedisch onderzoek.

— Michel Vandenbosch, voorzitter van GAIA

Deze innovaties bieden een aanzienlijke meerwaarde: ze zijn gebaseerd op menselijke cellen en hebben daardoor een groter voorspellend potentieel dan diermodellen. Ze worden al toegepast in de toxicologie, met name om de risico’s op leverschade door geneesmiddelen te beoordelen — een vaak voorkomende reden voor falen tijdens de klinische ontwikkeling.

Toch blijven er uitdagingen bestaan. Sommige complexe interacties (hormonaal, immuun-gerelateerd of verbonden met het microbioom) worden nog niet volledig gereproduceerd. Onderzoekers proberen verschillende organen-op-chip te koppelen om echte multi-orgaan-systemen te creëren. De tijd die nodig is om deze technologieën te integreren in de regelgevende praktijk zal vooral afhangen van de investeringen die aan dit onderzoek worden besteed.

De beweging richting deze alternatieven is niet nieuw. De National Institutes of Health (NIH) en de National Academies in de Verenigde Staten onderzoeken deze methoden al meerdere jaren, in een context van toenemende druk vanuit de samenleving en een publieke opinie die zowel in de VS als in Europa overwegend gekant is tegen dierproeven.

 

Referentie:

Science.org – Podcast: Why chatbots lie, and can synthetic organs and AI replace animal testing?