
In Vlaanderen heeft de regering in haar regeerakkoord voor de legislatuur 2024-2029 verschillende doelstellingen opgenomen om het gebruik van dieren in onderzoek te verminderen. In deze context heeft de Commissie voor Dierenwelzijn, in het Vlaamse Parlement onlangs een hoorzitting georganiseerd om de stand van de wetenschappelijke vooruitgang en de bestaande alternatieven voor dierproeven te bespreken. GAIA nam deel aan deze hoorzitting om concrete aanbevelingen voor te stellen om de overgang naar diervrije wetenschap te versnellen.
Het doel van deze hoorzitting was om de leden van de Commissie een beter inzicht geven in de huidige stand van kennis en de kansen die niet-dierlijke methoden bieden. Deze discussie zou op termijn de weg kunnen vrijmaken voor nieuwe wetgevende initiatieven om de vervanging van proefdieren te versnellen.
Verschillende sprekers uit uiteenlopende sectoren – industrie, academische wereld en dierenwelzijn – werden uitgenodigd om hun expertise te delen. Daarna volgde een vraag-en-antwoordsessie met de leden van de Commissie, waarin de wetenschappelijke, ethische en politieke uitdagingen rond dierproeven verder werden uitgediept.
Tijdens deze hoorzitting stelde GAIA haar rapport voor, getiteld “Transitie naar diervrije wetenschap: van ambitie naar realiteit in Vlaanderen”. Dit rapport analyseert de obstakels die de transitie vandaag vertragen, belicht de bestaande opportuniteiten en doet concrete aanbevelingen – geïllustreerd met inspirerende voorbeelden – om de overgang te versnellen.
GAIA benadrukte onder meer dat het Vlaamse actieplan om het aantal dierproeven te verminderen, in combinatie met de doelstellingen uit het regeerakkoord, een basis vormt om de transitie vooruit te helpen. Maar deze maatregelen alleen volstaan niet. Het gebruik van niet-dierlijke methoden moet een echte prioriteit worden binnen het wetenschappelijk onderzoek.
De overgang naar een wetenschap zonder dieren vereist meer dan een loutere toepassing van de 3V-principes (Vervangen, Verminderen, Verfijnen). Ze vraagt om een systemische verandering van wetenschappelijke praktijken. Dit houdt onder meer in:
● een duidelijke inzet van de overheid, waarin wordt bevestigd dat de overgang naar diervrije wetenschap een gewenste en noodzakelijke doelstelling is;
● de uitwerking van een gecoördineerde strategie met duidelijke prioriteiten, verantwoordelijkheden en doelstellingen, zoals het stopzetten van proeven die ernstige pijn veroorzaken en het onmiddellijk vervangen van procedures waarvoor al niet-dierlijke methoden bestaan;
● een langetermijnfinanciering die alle kosten van de transitie dekt;
● een veel grotere plaats voor niet-dierlijke methoden in onderwijs en wetenschappelijke opleidingen;
● een betere kennisdeling en bredere samenwerking tussen verschillende actoren; en
● de ontwikkeling van infrastructuur die specifiek gericht is op niet-dierlijke methoden.
Een van de opvallende punten van deze hoorzitting was de consensus tussen de sprekers. Of ze nu uit de academische wereld, de industrie of de dierenbescherming kwamen, allen deelden de ambitie om het gebruik van dieren in de wetenschap te vervangen. Deze ambitie is niet alleen gebaseerd op ethische overwegingen, maar ook op wetenschappelijke argumenten.
De groeiende bewustwording van de problemen rond het welzijn van proefdieren en de beperkingen van dierproeven leidt immers tot een steeds grotere steun voor de overgang naar diervrije wetenschap. Niet-dierlijke methoden bieden aanzienlijke voordelen voor mens, dier en milieu. Ze kunnen ons begrip van biologische processen en menselijke ziekten verbeteren, de ontdekking en ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en therapieën versnellen, en betere informatie verschaffen over de veiligheid van chemische stoffen.
De sprekers benadrukten ook een essentieel punt: de transitie kan alleen slagen dankzij nauwe samenwerking tussen de verschillende actoren. Door kennis, data en goede praktijken te delen, kunnen deze samenwerkingen helpen om de wetenschappelijke en regelgevende obstakels weg te nemen die het grootschalige gebruik van niet-dierlijke methoden nog steeds belemmeren.
De uitwisselingen tijdens deze hoorzitting tonen aan dat er binnen de Commissie Dierenwelzijn een echte bereidheid bestaat om verder te gaan in de vermindering en vervanging van proefdieren. De volgende stap zal erin bestaan deze wil te vertalen in ambitieuze beleidsmaatregelen.
Indien de aanbevelingen van GAIA en de andere sprekers worden meegenomen, kan Vlaanderen zich positioneren als een Europese koploper op het vlak van diervrije wetenschap, waarbij wetenschappelijke innovatie, dierenbescherming en vooruitgang voor de menselijke gezondheid hand in hand gaan.