28.10.26
Muis in laboratorium

Leefmilieu Brussel heeft de cijfers over dierproeven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 2025 gepubliceerd. Die cijfers tonen een bijzonder verontrustende realiteit: meer dan 110.000 dieren die voor wetenschappelijk onderzoek werden gefokt, werden gedood of stierven zonder ooit in proeven te zijn gebruikt. Duizenden andere dieren ondergingen experimenten die ernstig lijden veroorzaakten.

Meer dan 110.000 dieren gestorven zonder ooit te zijn gebruikt

Een van de meest verontrustende cijfers uit het rapport betreft het aantal dieren dat voor dierproeven werd gefokt, maar werd gedood of stierf zonder ooit in wetenschappelijke procedures te zijn gebruikt.

In 2025 ging het om 110.235 dieren, tegenover 116.978 in 2024. Ondanks een daling van ongeveer 5,8% blijft dat aantal bijzonder hoog.

Deze dieren werden gefokt maar stierven vervolgens of werden gedood om redenen die verband houden met de werkwijze van de laboratoria: zij fokken meer dieren dan ze nodig hebben, selecteren de dieren op basis van het geslacht of de genetische kenmerken die voor de experimenten vereist zijn of doden de dieren uitsluitend om hun organen en weefsels te verzamelen.

86,8% van deze dieren was gefokt om genetisch gewijzigde lijnen in stand te houden. Daarnaast werd 10,6% uitsluitend gedood om organen of weefsels te leveren.

Deze cijfers illustreren de omvang van de verspilling van dierenlevens die inherent is aan het systeem van dierproeven. Achter de statistieken gaan duizenden voelende wezens schuil, gefokt en opgeofferd zonder zelfs maar in een experiment te zijn gebruikt.

Bijna 45.000 dieren gebruikt in laboratoria

In 2025 werden 43.922 dieren voor het eerst gebruikt voor experimentele procedures in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In 2024 bedroeg dat cijfer 52.714. Dat is een daling van bijna 17%.

Daar komen nog 1399 dieren bij die werden gebruikt om nieuwe genetisch gewijzigde lijnen te creëren en 4547 dieren die werden gebruikt om bestaande lijnen in stand te houden.

Hoewel deze daling een bemoedigende ontwikkeling is, mag ze de omvang van dierproeven in de Belgische hoofdstad niet verhullen. Elk jaar worden nog steeds tienduizenden dieren voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt, terwijl een nog veel groter aantal wordt gefokt en vervolgens gedood zonder ooit in een experimentele procedure te zijn gebruikt.

Muizen blijven grootste slachtoffers

Net als in de voorgaande jaren zijn muizen veruit de meest uitgebuite dieren in de Brusselse laboratoria. Ze vertegenwoordigen 92,6% van de dieren die in 2025 voor het eerst werden gebruikt, tegenover iets meer dan 88% in 2024.

Daarna volgen zebravissen (3,6%) en ratten (3%). Ook cavia’s, kippen, varkens, schapen en andere vogels werden gebruikt.

In 2025 werden geen honden, katten, konijnen, reptielen, amfibieën, koppotigen of niet-menselijke primaten gebruikt.

Fundamenteel onderzoek blijft veruit de belangrijkste reden waarom dieren worden gebruikt. 80% van de procedures vindt plaats in het kader van dit type onderzoek, tegenover 76% in 2024. Dit onderzoek richt zich vooral op het vergroten van wetenschappelijke kennis, zonder noodzakelijk een onmiddellijke medische toepassing na te streven.

Translationeel en toegepast onderzoek (gericht op het vertalen van wetenschappelijke kennis naar praktische toepassingen) is goed voor 9,2% van het proefdiergebruik, terwijl wettelijk vereiste tests en routineproductie 10,4% vertegenwoordigen.

Meer dan 5700 dieren ondergingen procedures met ernstig lijden

In 2025 werden 5.735 gevallen van proefdiergebruik ingedeeld in de categorie ‘ernstig’, goed voor 13,1% van de experimentele procedures.

Deze categorie omvat proeven die hevige pijn, ernstig lijden of intense angst kunnen veroorzaken, evenals langdurig lijden waaraan de dieren moeilijk kunnen ontsnappen.

Hoewel het aandeel procedures in de categorie ‘ernstig’ licht daalt ten opzichte van 2024 (13,5%), blijft het aantal betrokken dieren bijzonder hoog.

Sommige diersoorten worden bijzonder zwaar getroffen. Bijna 18% van de ratten en meer dan 43% van de kippen ondergingen procedures die als ‘ernstig’ werden ingedeeld.

Daarnaast werd 35,2% van de procedures als ‘matig’ ingedeeld, 46,1% als ‘licht’ en 5,6% als ‘terminaal’: uitgevoerd onder algemene verdoving, zonder dat het dier opnieuw bij bewustzijn komt.

Overtredingen vastgesteld bij inspecties

Het rapport over 2025 toont een daling van het aantal overtredingen dat Leefmilieu Brussel heeft vastgesteld.

Terwijl in 2024 362 overtredingen werden vastgesteld, waren dat er in 2025 64, een daling van meer dan 82%.

Deze overtredingen hebben vooral betrekking op:

  • het niet naleven van de regels voor de huisvesting en verzorging van de dieren (37,5%);
  • de regels over de herkomst en identificatie van proefdieren (26,6%);
  • de verplichtingen inzake de erkenning van gebruikers, fokkers en leveranciers.

In totaal werden in 2025 129 inspecties uitgevoerd, waarvan slechts 23 onaangekondigd, ofwel 17,8%.

Naar aanleiding van de vastgestelde overtredingen werden 22 waarschuwingsbrieven en 2 ingebrekestellingen opgesteld.

Voor GAIA maakt het naleven van de regels dierproeven niet aanvaardbaar. Controles mogen niet dienen als rechtvaardiging voor een systeem dat het lijden en doden van dieren toestaat. De prioriteit moet liggen bij het versneld vervangen van deze praktijken door proefdiervrije methoden, in plaats van de regelgeving rond dierproeven voor te stellen als een garantie op bescherming.

Uitzonderingen op voorgeschreven dodingsmethoden roepen vragen op

In 2025 verleenden de ethische commissies 63 vrijstellingen, evenveel als in 2024. Leefmilieu Brussel stond daarnaast nog vier afwijkingen toe. Terwijl dierproeven het al mogelijk maken om dieren in experimentele procedures te gebruiken en te doden, worden de regels die hen zouden moeten beschermen door uitzonderingen nog verder versoepeld.

De vrijstellingen hebben onder meer betrekking op het individueel huisvesten van dieren, hun plaatsing in metabole kooien, aanpassingen van hun voeding en beperkingen van hun toegang tot voedsel en water. Het gaat allerminst om louter administratieve formaliteiten: deze vrijstellingen raken rechtstreeks aan de leefomstandigheden en basisbehoeften van de dieren.

De vier afwijkingen die Leefmilieu Brussel toestond, betreffen de toelating van andere dodingsmethoden, die volgens het rapport als “minstens even humaan” worden beschouwd. Die kwalificatie mag de draagwijdte van deze beslissingen niet verhullen: de toegestane uitzonderingen hebben zelfs betrekking op de manier waarop dieren gedood mogen worden.

GAIA hekelt deze versoepeling van beschermingsmaatregelen binnen een systeem dat al bijzonder veel ruimte laat voor de uitbuiting van dieren. Wanneer het gebruik en het doden van dieren worden toegestaan, moeten de regels die hun welzijn beschermen een absolute ondergrens vormen, waarvan niet kan worden afgeweken. Deze bescherming mag niet worden afgezwakt om aan de vereisten van experimentele protocollen te voldoen. Daarom moet de prioriteit liggen bij het versneld vervangen van dierproeven door proefdiervrije methoden.

Achter elk cijfer schuilen onschuldige dieren

GAIA betreurt dat alleen al in Brussel meer dan 110.000 dieren werden gedood in het kader van dierproeven.

De duizenden procedures die ernstig lijden veroorzaken, de aanhoudende overtredingen in laboratoria en het grote aantal verleende vrijstellingen maken duidelijk dat er nog veel moet veranderen.

Minder dieren gebruiken mag niet het einddoel zijn. Het gaat erom dierproeven volledig te vervangen door proefdiervrije wetenschappelijke methoden.

Vernieuwende benaderingen, zoals menselijke celmodellen, organoïden, organen-op-een-chip en computermodellering bieden veelbelovende perspectieven voor onderzoek dat relevanter is voor de mens en respectvoller omgaat met dieren.

GAIA roept de Brusselse overheid op om meer in deze methoden te investeren, hun ontwikkeling en toepassing door onderzoeksinstellingen te ondersteunen en een volwaardige strategie uit te werken voor de overgang naar een wetenschap zonder dierproeven.

Want achter elk cijfer schuilt een dierenleven. En elk dier dat gespaard blijft, telt.