
In de Verenigde Staten is een belangrijke evolutie aan de gang in het biomedisch onderzoek. De Food and Drug Administration (FDA), het Amerikaanse agentschap dat onder meer geneesmiddelen beoordeelt, wil het gebruik van dieren in niet-klinische studies verminderen. Dit zijn tests die worden uitgevoerd vóór geneesmiddelen op mensen worden getest.
Deze evolutie komt niet van een marginale speler. De FDA is een van de meest invloedrijke gezondheidsagentschappen ter wereld: het houdt onder meer toezicht op geneesmiddelen voor mens en dier, vaccins, medische hulpmiddelen, cosmetica, tabak en een groot deel van de Amerikaanse voeding. De producten die onder haar verantwoordelijkheid vallen, vertegenwoordigen bijna 3,9 biljoen dollar en ongeveer 21 cent van elke dollar die consumenten in de Verenigde Staten uitgeven. Met een budget van duizenden miljarden dollars en deskundigen speelt het agentschap een centrale rol in het bepalen van internationale wetenschappelijke en regelgevende standaarden.
Op 20 april 2026 maakte de FDA bekend dat ze de doelstellingen van het eerste jaar van haar routekaart om dierproeven bij de ontwikkeling van geneesmiddelen te verminderen, had gehaald. Die aankondiging is een belangrijke stap: een van de invloedrijkste regelgevende agentschappen ter wereld erkent daarmee dat methoden gebaseerd op menselijke biologie vaak relevanter kunnen zijn dan diermodellen.
Methoden die dichter bij de mens staan
Centraal in deze evolutie staan de zogenoemde New Approach Methodologies (NAM): innovatieve methoden om de veiligheid, doeltreffendheid of kwaliteit van geneesmiddelen te beoordelen zonder systematisch een beroep te doen op dierproeven.
Het gaat onder meer om menselijke celmodellen, organen-op-chip, 3D-modellen van menselijk weefsel, computermodellen, artificiële intelligentie en analyses van gegevens uit de echte wereld. Al deze technieken hebben hetzelfde doel: beter voorspellen wat er werkelijk in het menselijk lichaam gebeurt.
Dierproeven golden lange tijd als een onmisbare stap in de ontwikkeling van geneesmiddelen. Vandaag wordt hun voorspellende waarde voor mensen steeds vaker in vraag gesteld. De FDA wijst erop dat veel geneesmiddelen die bij dieren veilig lijken, later bij mensen toch falen door een gebrek aan werkzaamheid of door veiligheidsproblemen. Omgekeerd kunnen behandelingen die voor mensen nuttig zijn, verkeerd worden beoordeeld wanneer men uitsluitend vertrouwt op resultaten uit dierproeven.
Een routekaart om dierproeven te verminderen
In 2025 publiceerde de FDA een routekaart om bepaalde dierproeven geleidelijk te vervangen door modernere, wetenschappelijk gevalideerde methoden die meer op de mens zijn gericht. De eerste fase heeft onder meer betrekking op monoklonale antilichamen – behandelingen die worden gebruikt in verschillende medische domeinen – waaronder kanker en immuunziekten.
Die keuze is niet toevallig. Voor sommige van deze producten kunnen dieren, inclusief primaten, weinig voorspellen op vlak van menselijke reacties. De FDA wil daarom het gebruik van andere gegevensbronnen aanmoedigen: computermodellen, menselijke celsystemen, organen-op-chip en analyses op basis van de bewijskracht.
Het agentschap publiceerde ook richtsnoeren om ontwikkelaars van geneesmiddelen te helpen deze nieuwe methoden op te nemen in hun regelgevende dossiers.
Vooruitgang voor dieren, patiënten en de wetenschap
Voor dieren die in laboratoria worden gebruikt, betekent deze evolutie een grote verandering. Jaarlijks worden duizenden dieren gebruikt in langdurige en invasieve toxiciteitsstudies. Het verminderen of vervangen van deze tests kan veel lijden voorkomen.
Maar het belang van deze evolutie beperkt zich niet tot dierenwelzijn. Niet-dierlijke methoden kunnen ook de wetenschappelijke kwaliteit van beoordelingen verbeteren. Door gebruik te maken van menselijke cellen, menselijke weefsels of computermodellen die bepaalde biologische reacties kunnen simuleren, kunnen onderzoekers gegevens verkrijgen die relevanter zijn voor de mens.
De FDA stelt deze overgang voor als een ethische, wetenschappelijke én medische vooruitgang. Meer voorspellende methoden kunnen helpen om veiligere behandelingen te ontwikkelen, de onderzoekskosten te verlagen en patiënten sneller toegang te geven tot bepaalde geneesmiddelen.
Een overgang die moet worden voortgezet en opgevolgd
Deze aankondiging van de FDA is bemoedigend, maar betekent niet dat dierproeven in de ontwikkeling van geneesmiddelen onmiddellijk zullen verdwijnen.
Die overgang vraagt wel om nauwgezette opvolging. Om echt een verschil te maken, zijn voldoende financiering, opleidingen, een snellere validatie van alternatieve methoden en een duidelijke bereidheid van de autoriteiten nodig om dierproefvrij onderzoek aan te moedigen.
Voor GAIA bevestigt deze evolutie een fundamentele trend: wetenschap kan vooruitgaan zonder dierenleed.
Dat een instelling van deze omvang vandaag erkent dat dierproeven moeten worden verminderd en dat methoden relevant voor mensen voorrang verdienen, is een krachtig signaal. Het wordt moeilijk om deze overgang nog af te doen als onrealistisch, voorbarig of marginaal, want nu wordt ze gedragen door een van de machtigste regelgevers ter wereld.
Bron
Food and Drug Administration. (2026, 20 april). FDA achieves Year 1 goals in reducing animal testing in drug development. U.S. Food and Drug Administration